hipproza: “ik weet de weg”

 

BOOS

Ik zie hem staan. Midden in de lange gang. De man klampt mij aan. We lopen samen op. Hij vraagt waar hij naar toe moet. Geen van mijn suggesties kan zijn goedkeuring wegdragen. Hij is scherp. Alleen zijn geheugen laat hem in de steek. Hij kijkt me ondertussen wantrouwend aan. Ik heb hem niet kunnen overtuigen, dat de gesloten deuren ook voor mij gesloten zijn en geen uitgang bieden. Hij laat zich ook niet afleiden. Koffie, daar heeft hij absoluut geen trek in en een hapje mee eten zeker niet. En ja, natuurlijk is hij boos. Hij is de weg kwijt. Niemand begrijpt hem. Zijn woeste baard trilt. Dan zeg ik het meest simpele, dat ik kan bedenken: “Ik weet de weg!”. Zijn gezicht ontspant. Hij pakt mijn hand en samen lopen we rustig naar de huiskamer waar hij normaal gesproken verblijft. Voor even heeft hij zijn plek gevonden.

 

ONTWORTELEN

Zesentachtig jaar en haar strijdlust vult de ruimte. Mijn kamer is klein. Verdriet, onmacht, weemoed en humor zijn hier regelmatig gast. De deur kan open. Zuurstof stroomt dan naar binnen. Koelte. Ik heb uitzicht op een oude boom. De kroon reikt over het dak en is niet in één blik te vangen. Soms wil ik opgenomen worden in haar takken.

Haar ogen en lippen zijn zorgvuldig opgemaakt. Waterige ogen en dunne lippen. Diepe groeven in haar gelaat. Een licht gebogen romp. Ze verhinderen niet dat ze fier en soepel haar entree maakt. Ze is tijdloos en verlangt nog naar hem. Hij is jaren geleden begonnen aan een soloreis. Een zeezeiler, die af en toe een briefje stuurt. Na vijfenzestig jaar samen varen is dat onacceptabel voor haar. Elke dag schrijft ze terug. Over het leven. Het kamp. Haar kinderen. De reizen. De liefde. We lachen. Ze huilt. Ze vecht en ze vecht en ze vecht en af en toe laat ze een beetje los. Elke keer een stukje. We spreken voorzichtig af, dat als die laatste brief komt we hem los laten in het oog van de storm.


LUISTEREN

Als ze naar me kijkt, denk ik vaak dat ik verzuimd heb. Iets vergeten. Iets te laat. Iets niet. Iets fout. Een strenge, verweerde blik met de zorgen van een groot gezin en rooksporen zware shag. Ze doet bijna alleen avonddiensten en komt dan aan het begin steevast even naar mijn kamer. Bijna altijd met iets goeds. Iets kostbaars. Iets om te onthouden.

Ze was hem gisteren wat eten gaan brengen. Negentig en nog lang niet klaar om afscheid te nemen.Vierenzestig jaar is niets wanneer je eeuwig van elkaar houdt. Hij moest vluchten en onderduiken om haar te leren kennen. Daarna was hij altijd thuis. En nu zat hij bij haar te waken.

Ze had het goed gezien. ‘Neem haar maar in je armen’, had ze gezegd. Dat deed hij direct en voelde na enkele minuten hoe zij haar laatste adem uit blies. Ze vertelt het me en ik zie tranen wellen.

Als zij spreekt, dan hoor ik.


ONGELOOF

De wereld draait door. Acht uur. Bloopertijd.

Fragment.

Ze staan samen op. Voor de laatste keer. Laten we zeggen, dat ze veertig jaar samen zijn. Zij kijkt naar hem. Het laatste half jaar is slopend geweest. Hij leeft in een parallel universum. Daar is de nacht een dag geworden en inééngekrompen tot een punt. Haar dagen duren een eeuwigheid. Hij is hier altijd. Hij zoekt, maar tast voortdurend mis. Ze pakt voor het laatst zijn koffer. De taxi wacht.

Ze brengt hem naar zijn nieuwe kamer. De ruimte is leeg. Een bed. Een kast. Een spiegel. Hij loopt tevreden rond. Hij kijkt naar de spiegel. Een venster op een andere, verloren wereld. Hij ziet een bed. Een kast. Een man.

‘Dag buurman’, zegt hij.

De zaal lacht

en zapt door.





de kunst van het leven zelf: William Utermohlen

De vraag is niet of mensen dement worden, maar wanneer. Boven de honderd jaar is de niet-dementerende de uitzondering. Natuurlijk worden veel mensen niet oud genoeg om de uiteindelijke oplossing van de hersenen te ervaren. Voor een kleine groep komt de ziekte vroeg. In mijn werk als ouderenarts heb ik veel te maken met dementerende ouderen en een enkele jongere.

De schilderijen van William Utermohlen (geboren Philadelphia, 1933) zeggen misschien wel meer dan alle leerboeken die deze ziekte of dit verouderingsprobleem (daar zijn de boeken nog niet over gesloten) beschrijven.  William Utermohlen was een kunstenaar, die lijdend aan de ziekte van Alzheimer (hij vernam de diagnose in 1995) ondanks de progressie van zijn ziekte doorging met schilderen. Hij overleed in 2007. De portretten zijn van een verpletterende zeggingskracht.

Klik op het portret voor de overige portretten

New York Times – artikel