steve jobs

Vorige week bevond ik me voor het eerst in tijden op Amsterdam CS en voelde drang om de stad te verlaten. De wandeling door de Jordaan eindigde op een sprookjesachtige locatie, waar ik het feest met notabelen voortijdig verliet.

Het meisje achter de kassa pakte het boek geduldig en met aandacht in. De twee vrouwen voor mij bedankten haar en ontweken de ongeduldige rij. Het was een mooi pakje. Ze zocht wat onhandig naar een boekenlegger en deed me denken aan Bridget Jones. “Niet echt in de kleur van apple”, zei ze met de frisheid van Granny Smith en gelukkig had ik voor de biografie van Steve Jobs geen kadopapier nodig. Ik wilde lezen. De stad nodigt uit om de aandacht ergens anders op te richten. Dat kon Jobs als geen ander.

Het boek, een slordige zeshonderd pagina’s las ik in korte tijd uit, voor zover het niet werd onderbroken door luiers verwisselen, verhaaltjes voorlezen, werken en slapen. Van Jobs werd gezegd, dat hij altijd zichzelf was. Dat lijkt me een misvatting. Jezelf verliezen in streven naar perfectie, dat is ook een vorm van sterven. Steve Jobs was geadopteerd en gaf zichzelf bij zijn leven al weg. Streven en sterven. Meer is het niet. Minderen kan altijd nog.