grensverlegen

Terwijl zeven en negen jaar trainen in het bos loop ik los van de rest een platgetreden pad. Op zoek naar één tel niet. Gehijg in mijn rug. Hij als mij. Zij zo’n tien of elf. Hobbelend achter hem. Hij zegt: “Kom even doorgaan. Je moet je grenzen verleggen”.

Moeten.

Verleggen.

Grenzen.

Verleggen .

Moeten.

Grenzen.

Verleggen.

Het hangt even boven mij, fladdert wat en pikt me dan midden op de neus.

Angst voor de dood.

Daarom  verleggen we altijd grenzen.

Dat moet.

lieve groote kaar


de schijnwerper geeft er geen licht

en de krant verkoopt het niet

omdat het geen nieuws is

 

er wordt gehuild en gelachen

geleden en gedragen

alsof het gewoon is

 

een schouder en een arm

een hand en nog een hand

omdat het nodig is

 

wie vangt je op

als alle grond verdwijnt

alsof het niets is

 

dank voor jullie hart

dank voor jullie zorg

 

 

 

Op de cva-revalidatie-afdeling van Oostergouw, verpleeghuis te Zaandam, afdeling Groote Kaar heeft mijn moeder zich na een verwoestende beroerte de afgelopen 9 maanden naar huis geknokt. Morgen is het zo ver. Het team van Groote Kaar is een enorme steun voor haar geweest.

een hemelse ontdekking

foto anp

 

door mijn oren

en langs mijn ogen

verbindt het mijn

rechter

en mijn linker

kleine

teen

 

gevonden bij de uitvaart van Harry Mulisch waar Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw het deels uitvoerden;  Schubert schreef deze fantasie in het jaar van zijn dood; dat bedenk je niet
(kleine tip met grote gevolgen: luister met koptelefoon)

natuurkracht

 

 

 

zij kreeg het in de zeilen

en hij het van de molen

 

 

 

zij steeg naar grote hoogte

en hij beneden peil

 

 

 

zij stak de lichten op

en hij de lonten aan

 

 

 

zij droeg het naar de zee

hij wilde water zijn

 

nynke

Dan ben je vijf jaar. Vernoemd naar Nynke van Hichtum. Een garnaaltje bij de geboorte. Zit je in groep twee. Een dromertje. Kabbelen de gedachten mijlen ver. Alles staat je. Niet alleen kleding, maar ook dat beetje luie, lazy like a sunny afternoon. Soms word je gillend wakker. Groeipijnen. Ben je sterk als het moet, zoals in mei 2007 bijna twee jaar oud:

 

 

 

 

 

 

 

je valt beroerd
twintig maanden levenservaring
behoeden je niet voor alle risico’s
in je prille leventje
gelukkig huil je
in dit bloedbad
houston control
collega bellen voor de dienst
sanne naar opa en oma
mama met jou alvast naar de ehbo
hadden het rustig aan kunnen doen
tweeënhalf uur wachten in een
bedompte wachtkamer
op de hoofdact van de avond
vier volwassenen,
die jouw breekbare
lijfje drie draadjes lang
onbeweeglijk maken
god wat ben je sterk
geen echte paniek
het huilen is snel over
natte haartjes, hoogrode konen
en een onverwacht veerkrachtige blik
in jouw bodemloze groenbruine meren
je armpjes stevig om me heen
we danken de lieve zusters
en aardige kinderdokter
met de vaste hand
snel naar huis
plof, de bank
wat deed ze ’t goed hè
ja, ze deed ’t fantastisch

Ben je zon, zee en ……

mijn vlindertje
bij een vroege zee
ze vindt de branding
in golven
overspoelt het mij


 

Reeg ik jouw waterpokken aanéén tot een gedichtje:
waterpokken ontspringen uit jouw huid
als druppels in een spiegelende plas
tik, tik, een wonderlijk geluid
twee emmertjes vol van je ras, ras, ras
uit een regenwolkje met jouw gezicht
gepokt en gemazeld, wieg ik je in slaap
een krentenbolletje in koortsachtig licht
en zie tussen de spatjes door
de dromen zachtjes aankloppen
in een diepe, diepe gaap



En heel af en toe ben je boos. Redeloos. Ziedend. Verscheurend.
Zoals vandaag. Maar ook dan ben je prachtig.

een zucht van verlichting

het licht valt goed

om waar te nemen

wat ik voor waar aanneem

ijskoud op ontelbare stofjes

dansend op een ademhaling

verschijnen en verdwijnen

stipjes draadjes pluisjes

cirkelend versnellend drijvend

ik houd ze vast met mijn ogen

geef ze vorm en inhoud

een eindeloze beweging

onlosmakelijk verbonden

met een diepe zucht